Immaterieel erfgoed

Schouwen-Duiveland kent ook immaterieel erfgoed. Hieronder vallen bijvoorbeeld klederdracht, Straô, maar ook verhalen.

Erfgoed kennen we in allerlei tastbare vormen, maar er is ook immaterieel erfgoed. Het zijn tradities, gewoonten en gebruiken die een samenbindend karakter hebben. Ze zijn van generatie op generatie doorgegeven en geven daardoor een bijdrage aan de eigen identiteit. Degenen die erbij betrokken zijn, hebben er een bijzondere passie voor en willen zich inzetten voor het behoud. Dat gebeurt vaak door het oude in nieuwe vormen te presenteren. Zo vormt het immateriële erfgoed de schakel tussen verleden, heden en toekomst.

Klederdracht

Klederdracht

Tegen het eind van de twintigste eeuw verdween de Schouwse en Duivelandse klederdracht, maar de herinnering eraan wordt gekoesterd door Streekdrachtenvereniging De Arke. De streekdracht ontwikkelde zich in de negentiende eeuw, maar bleef dicht bij de gewone burgermode. Legden de mannen in de tweede helft van die eeuw de dracht af, de vrouwen bleven die koesteren. Kenmerkend waren de sluiermutsen, op hun plaats gehouden door een oorijzer met krullen daaraan. De Streekdrachtvereniging toont regelmatig de klederdrachten van Schouwen-Duiveland en van de andere regio’s en wil zo de kennis en bekendheid doorgeven.

Informatie

straô

Straô

Op een zaterdag in de tweede helft van februari en in maart vieren de Schouwse dorpen achtereenvolgens hun strao, een eeuwenoude traditie. Eerst in Renesse, daarna volgen Burgh-Haamstede, Noordwelle, Ellemeet, Scharendijke en Serooskerke. Ruiters gaan op hun fraai versierde paarden naar het strand waar ze door het zeewater lopen. Na afloop keren ze terug in het dorp en worden de cafés bezocht. De verdere invulling verschilt van dorp tot dorp. Zo zijn er prijzen voor de mooist versierde paarden, wacht de ruiters een aubade van de plaatselijke muziekvereniging of is er een wedren. In alle dorpen heerst een feestgevoel: we laten de winter achter ons en gaan de lente tegemoet.

De oudste vermelding van de straô - het woord is afgeleid van strange of strand - is uit 1643. Dat de straô ouder is, is niet onmogelijk, misschien zelfs van voor de Reformatie. Het gebruik gaf de landbouwers de gelegenheid de paarden door het zeewater te laten lopen na de winterperiode op stal. Het zeewater had een reinigende werking en zodoende werden de benen ontsmet. De straôrijders weten zich onderdeel van een eeuwenoude traditie, die het waard is om te koesteren. De erkenning ervan vond plaats in 2018 toen deze traditie werd bijgeschreven op de Unesco-lijst van het immateriële erfgoed

Informatie.

 

Straô wordt in de maanden februari en maart gehouden in de volgende kernen:

verhalen

Verhalen

Schouwen-Duiveland is een eiland met verhalen. Het bekendste is die van de zeemeermin van Westenschouwen. De vissers van die plaats vingen de zeemeermin waarop de zeemeerman de vloek uitsprak over het welvarende dorp en dat werd waarheid. De zeemeerman en de zeemeermin zijn onder meer te zien in het gemeentewapen van Schouwen-Duiveland.

Zo zijn er meer verhalen maar ook op andere wijze gaan verhalen schuil. Zo hebben de inwoners van de Schouwse en Duivelandse plaatsen bijnamen die verwijzen naar eigenschappen of gebeurtenissen. Samen met de geschiedenis van de steden en dorpen geven ze aan dat niets zo boeiend is dan grasduinen in het verleden, want geschiedenis vertelt van het hoe en het waarom. Daarmee leert het dat verleden en heden een onverbrekelijke band met elkaar hebben.

 

Informatie